Sociale voorzieningen en maatschappelijk werk




Iedereen moet mee kunnen doen

PW 2010 wil, dat iedereen zelfstandig mee kan doen in de samenleving. Als gemeente hebben we met de komst van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) een belangrijke rol gekregen in het faciliteren daarvan. Als we dat op de juiste manier oppakken, door voorwaarden te scheppen en instrumenten en voorzieningen beschikbaar te stellen, mag van de burger worden gevraagd, uiteraard voor zover die daartoe in staat is, medeverantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar woon- en leefomgeving. Wij vinden dat de gemeente optimaal gebruik moet maken van de mogelijkheden die de wet biedt. Het budget dat de gemeente daarvoor van het Rijk ontvangt, dient helemaal aan de doelgroep ten goede komen.

Voorzieningen voor wie er recht op heeft

Nog steeds zijn er mensen die geen gebruik maken van voorzieningen, zoals huurtoeslag, kinderopvangtoeslag, zorgtoeslag en bijzondere bijstand, dan wel kwijtscheldingsregelingen waarop ze gezien hun inkomenssituatie recht hebben. Meestal komt dit door gebrek aan kennis van de betreffende voorzieningen. Dit vraagt om een actieve benadering door de gemeente door middel van voorlichting. De persoonlijke begeleiding van cliënten heeft een hoge prioriteit, om zowel de eigen verantwoordelijkheid te stimuleren als om oneigenlijk gebruik van voorzieningen te voorkomen. Fraude en oneigenlijk gebruik van voorzieningen moeten worden tegengegaan. De fraudebestrijding dient op het huidige niveau te worden gecontinueerd. Het gebruik maken van anonieme tips wijst PW 2010 echter af.

Armoede moet bestreden worden

Voor PW 2010 betekent armoede meer, dan alleen een gebrek aan geldelijke middelen. Ook als mensen onvoldoende middelen hebben om aan het maatschappelijk leven deel te nemen, is er sprake van armoede. Het voorkomen en doorbreken van dat maatschappelijk isolement zal dan ook deel moeten blijven uitmaken van het gemeentelijke minimabeleid. PW 2010 rekent mensen die moeten leven van een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm tot de doelgroep voor dit beleid.

De mogelijkheden van de gemeenten om het armoedeprobleem aan te pakken zijn door het Rijk steeds verder beknot. Tegelijkertijd is het aantal mensen onder de armoedegrens toegenomen.

PW 2010 vindt, dat de gemeente alle haar ten dienste staande middelen, zoals kwijtschelding en bijzondere bijstand ruimhartig moet blijven benutten. Speciale aandacht dient daarbij uit te gaan naar ouderen met een laag inkomen en huishoudens die langdurig van de bijstand gebruik maken. Kinderen mogen in geen geval de dupe worden. De gemeente dient te voorzien in de noodzakelijke kosten van het bestaan, maar het beleid zal er verder op gericht moeten zijn de afhankelijkheid van de bijstand te verlagen. Dit vraagt om maatwerk.

Schuldhulpverlening

Door allerlei omstandigheden kunnen mensen met financiële problemen te maken hebben. Schulden vormen vaak een belemmering om mee te kunnen doen in de samenleving. Ook is het voor velen die met schulden te maken hebben, moeilijk om bijtijds hulp te vragen. Vroegsignalering is daarom belangrijk. Samenwerking met woningcorporaties, energiebedrijven etc., de wijkteams zijn hierin een belangrijk aspect. De ondersteuning van de gemeente dient laagdrempelig te zijn. Een goede communicatie is belangrijk. Hierin kan ook het voorkomen van schulden worden meegenomen. Daarnaast is ook nazorg van belang om terugval te voorkomen.

Werk voor iedereen

Werk is van het allergrootste belang zowel voor individuele mensen als de samenleving. Het houdt mensen betrokken bij de samenleving, want werk verschaft niet alleen inkomen, het draagt ook bij aan de eigenwaarde en sociale contacten en vermindert afhankelijkheid. Deelname aan het arbeidsproces is de beste manier om armoede te overwinnen en dient dan ook aantrekkelijker te worden, niet door de uitkeringen te verlagen, maar door eventuele belemmeringen om weer aan de slag te gaan weg te nemen. Voor het individu staat tegenover het recht van ondersteunende voorzieningen uiteraard de plicht om de geboden kansen actief en verantwoord te benutten.

De participatiewet is mede bedoeld om mensen zonder werk weer snel in het arbeidsproces opgenomen te krijgen. Het doel van vrijwilligerswerk dient te leiden tot terugkeer naar regulier werk. Het kan en mag reguliere arbeidsplaatsen niet verdringen. Speciale aandacht is nodig voor mensen met een beperking, voor wie eerder de wet sociale werkvoorziening gold. Ook nu dient goed gekeken te worden naar de mogelijkheden die er zijn. Daarnaast is er de groep 18-/ 18+, vooral de jongeren zonder afgeronde schoolopleiding en de jongeren die van de Praktijkschool afkomstig zijn. Ook zij komen in aanmerking voor maatwerk. Waarbij niet automatisch het recht op een uitkering vervalt, als een baan niet de juiste blijkt te zijn.

Startende ondernemers dienen geholpen te worden zowel met begeleiding als met adviezen die nodig zijn om door de eerste moeilijke jaren van hun ondernemerschap heen te komen.

Ouderen en minderjarigen verdienen extra zorg

PW 2010 vindt, dat bij alle beleidsvoornemens de gevolgen voor ouderen en minderjarigen meegenomen moeten worden. Specifiek beleid voor deze groepen burgers zou dan eigenlijk ook niet nodig behoeven te zijn.

Zowel ouderen als jongeren hebben recht op goede woningen, bij voorkeur in wijken waarin alle leeftijdscategorieën wonen en voor wat de ouderen betreft op wandelafstand van winkels en andere voorzieningen. Door het effect van de naoorlogse geboortegolf neemt het aantal ouderen in de komende jaren in hoog tempo toe. Dat vraagt om een op deze situatie toegesneden huisvestingsbeleid. Teneinde ouderen zo lang mogelijk in hun eigen vertrouwde woning te laten wonen, moet het aanpasbaar bouwen volgens de voorwaarden van het seniorenlabel worden gestimuleerd.

Dit dient te worden geregeld in de gemeentelijke bouwverordening. Bij renovatie moet er sprake zijn van ''opplussen'', waardoor de gerenoveerde woning ook aanpasbaar wordt gemaakt. Het geschikt maken van woningen voor bewoning door twee generaties (kangoeroewoningen) moet mogelijk zijn. Daarnaast wil PW 2010 een integraal ouderenbeleid en de inzet van een ouderenwerker.

Openbare gebouwen dienen voor ouderen en mensen met een beperking toegankelijk te zijn, dan wel bij verbouwingen toegankelijk te worden gemaakt. Door ouderen veel gebruikte wandelroutes moeten worden voorzien van zitbanken. Verkeersplannen dienen getoetst te worden op knelpunten voor ouderen. In de centrumgebieden van de kernen wil PW 2010 ontmoetingsplaatsen voor ouderen realiseren.

De realisatie van woon/zorgzones in de verschillende kernen moet in de komende jaren verder worden uitgebreid. PW 2010 zal zich daar actief voor inzetten. Daarnaast is regelmatig overleg met de overige organisaties die de belangen van ouderen en van mensen met een beperking behartigen van belang om het gemeentelijk beleid voldoende draagvlak te geven. De gemeente waardeert mensen die belangeloos zorg verlenen aan familieleden, buren, enz. Zij brengt dit tot uiting door deze mantelzorgers te ondersteunen, onder meer door voorzieningen te treffen die het hen mogelijk maken hun zorgtaken tijdelijk aan een ander over te dragen (respijtzorg).

Voorzieningen voor jongeren

Binnen het jeugd- en jongerenbeleid zal er nog meer samenhang moeten zijn tussen de werkzaamheden van de verschillende disciplines die met deze doelgroep te maken hebben, zoals jeugdhulpverlening, gezondheidszorg, maatschappelijk werk, welzijnsinstellingen, onderwijs, politie en de jongerenwerker.

Wij zien een belangrijke rol voor het onderwijs bij het ontwikkelen van norm- en waardenbesef en het leren rekening te houden met elkaar. De scholen zouden, zo nodig in samenwerking met andere disciplines, een actief beleid moeten ontwikkelen dat zich richt op het voorkomen van agressief gedrag onder jongeren. Dit kan onder meer worden bereikt door voorlichting op het gebied van pesten, vandalisme, alcoholgebruik, roken, drugs en verkeersveiligheid.

Het jongerenbeleid moet zoveel mogelijk worden afgestemd op de daadwerkelijke behoeften van de jongeren. Omdat interesses en behoeften van jongeren trendgevoelig zijn, is het zaak deze regelmatig in kaart te brengen. De social media kunnen hierbij prima worden ingezet. Maar ook mondeling overleg met de doelgroep is daarbij van essentieel belang. Beleidsuitgangspunt moet zijn dat er binnen de verschillende kernen van de gemeente voldoende voorzieningen zijn voor jongeren uit de verschillende leeftijdscategorieën om zich op hun eigen wijze te ontspannen, maar dan wel op locaties waar omwonenden geen of zo weinig mogelijk overlast ondervinden.


Kinderopvang en peuterspeelzalen

Peuterspeelzalen als kinderdagverblijven als voor- en naschoolse opvang beschouwt PW 2010 als basisvoorzieningen. Dit betekent, dat ook mensen met een lager inkomen van deze voorzieningen gebruik moeten kunnen maken. Dit is van wezenlijk belang om ouders in staat te stellen betaald werk te verrichten. Aan de instellingen die zich bezighouden met genoemde vormen van kinderopvang moeten alle mogelijke faciliteiten worden geboden om hun werk naar behoren te kunnen uitvoeren en om eventuele wachtlijsten terug te brengen.

Solidariteit met asielzoekers en vluchtelingen

Hoewel het aantal asielzoekers en vluchtelingen ten gevolge van het stringente rijksbeleid sterk is afgenomen en het kabinet beoogt dit aantal nog verder terug te dringen, heeft de gemeente nog steeds een taak bij het onderbrengen van deze mensen. Voor vluchtelingen, die in onze gemeente gehuisvest zijn, is integratie in onze gemeenschap belangrijk. Voorzieningen die daarop gericht zijn dienen financieel te worden ondersteund. De vluchteling moet een individueel traject aangeboden krijgen, dat naar zelfredzaamheid leidt. Degenen die op vrijwillige basis voor de begeleiding van deze mensen zorg dragen, hebben recht op adequate ondersteuning.

Welzijnswerk

De eisen die aan het welzijnswerk worden gesteld zijn in de afgelopen jaren veranderd. Als gevolg van bezuinigingsoperaties die in het verleden zijn doorgevoerd, zijn ook de financiële middelen voor het welzijnswerk verminderd en is van een specifiek welzijnsbeleid in onze gemeente weinig meer te merken. Er wordt wel eens gesteld, dat het welzijnswerk zich zou moeten beperken tot het inspringen bij problemen.

Als partij voor het welzijn is PW 2010 het er niet mee eens. Het welzijnswerk heeft een smeeroliefunctie in onze maatschappij en de belangrijkste taak zou het voorkomen van problemen moeten zijn. Mede daarom zijn wij vóór wijksteunpunten in alle kernen en dan niet alleen bestemd voor ouderen. Want niet iedereen is assertief en zelfredzaam.

Decentralisaties in het sociaal domein

PW2010 is bezorgd over de decentralisaties met betrekking tot de jeugdzorg, de WMO en de participatiewet. Dit wordt regionaal opgepakt, maar waakzaamheid is geboden, wil de raad van Medemblik meer invloed kunnen uitoefenen. Dit geldt met name voor de jeugdzorg, waar specialistische hulp in het gedrang kan komen. Zeker nu het uitgangspunt van het beleid is om eerst vrijwilligers in te zetten, de zogenoemde nuldelijns zorg. Hierdoor wordt specialistische hulp te laat ingezet. PW 2010 vindt dat vrijwilligers nooit het werk in de zorg mogen overnemen. Professionals zijn ervoor opgeleid.